Kindertehuizen: een Wild Wild West

EEN_WILD_WILD1
Foto: Cedric Cooman

Dit artikel is verschenen in de Ware Tijd.

In Suriname struikel je bijna over de kindertehuizen. Van ruim opgezette, gespecialiseerde tehuizen tot bouwvallige tehuizen met vieze erven waar geen specifieke doelgroep wordt opgevangen. En er komen nog steeds tehuizen bij. Waarom is de markt voor kindertehuizen zo oneindig?
De twaalfjarige Roy kijkt even om zich heen en buigt zich dan naar me toe. "Natuurlijk vind ik het hier niet leuk. Ik wil heel graag naar huis", fluistert hij. Roy zit met een paar andere jongens in een kring om me heen. Ze hebben net verkondigt hoe gezellig ze het hier hebben. Maar zodra 'Juf' weg is, komen er andere verhalen naar boven. Ik vraag Roy waarom hij hier woont. Hij denkt even na. "Ik was lastig, weet je. Ik ging niet naar school." Wat hij dan de hele dag deed? "Ik was elke dag een beetje aan het wandelen." Roël is de oudste jongen van het tehuis. Hij is vijftien, maar zit nog maar in de tweede klas. Ook hij is een paar jaar niet naar school geweest. "Ik heb regels nodig. En die zijn er thuis niet. En mijn moeder is dood", legt hij zijn verblijf in het kindertehuis uit. De kleine Levi vult aan: "Ik was altijd aan het vechten. Daarom." Roy, Roel en Levi wonen in een van de vele kindertehuizen van Suriname. Geen van hen is wees, en allen hebben broertjes en zusjes die wel thuis wonen. Ouders lijken dus voor het gemak de lastpakken van de familie naar een tehuis te doen.

Kwaliteit tehuizen

De vele tehuizen verschillen door het gebrek aan regulering enorm in kwaliteit. Zo heeftEmmausde beschikking over een mooi pand, dat op de benedenverdieping flink is opgeknapt, de muren zijn pas geverfd en de vloer is aangeveegd. Maar de inrichting is schaars: Op twee eettafels en een houten bank rondom een tv toestel na, is het er leeg. Nergens zwerft er een voetbal, nergens hangt er een tekening aan de muur of is er op een andere manier zichtbaar dat er dertien opgeschoten jongens wonen. Boven zijn de slaapzalen. Een voor de jongste jongens, en een voor de vier oudste. De ijzeren stapelbedden staan eenzaam in de verder lege kamer. Alleen de korte broek die over een bedrand hangt, verraad dat hier kinderen wonen. De kinderen lijken weinig persoonlijke bezittingen te hebben. Misschien dat de kleine Max daarom zijn mp3speler zostevig vasthoudt. "Sommige jongens stelen hier", legt hij uit. Max heeft een truc bedacht: "Ik stop hem elke nacht hier, zegt hij, terwijl hij demonstreert hoe hij de mp3speler in zijn oksel klemt. "Zo slaap ik, dus als iemand hem probeert te stelen dan weet ik zeker dat ik wakker wordt." Maar de jongens van Emmaus lijken het goed te hebben in vergelijking met de kinderen van NosCasita. Er wonen maar liefst 86 kinderen. Als je het huis ziet kan je je niet voorstellen dat het past. Vuilniszakken liggen op het balkon, een jochie van een jaar of zes veegt de vieze vloer aan, maar veel helpt het niet. In het weekend zijn er slechts drie begeleiders, geen van alle met een orthopedagogische opleiding. Het tehuis heeft het afgelopen jaar 4,50 srd per kind per dag ontvangen van de overheid. "Maar een kind kost veel meer per dag. Laat staan als ik ze professioneel wil laten begeleiden. En dat is nodig, deze kinderen hebben zoveel meegemaakt", aldus Dakriet. Hooten kan dat beamen. "Al deze jongens hebben gedragsproblemen. Ze hebben niet voor niets strikte regels en discipline nodig. Maar ook iemand die met ze praat over de situatie thuis."

Verantwoordelijkheid ouders

In 2006 kwam UNICEF met een rapport, naar aanleiding van een onderzoek naar kindertehuizen in Suriname. Er bleken er schrikbarend veel te zijn, helemaal in vergelijking tot omliggende landen én naar verhouding met het aantal inwoners. Volgens officiële cijfers waren er in 2008 308 plekken waar kinderen opgevangen werden. Nu, in 2011, lijkt dat aantal nog steeds te groeien. "De tehuizen rijzen als paddenstoelen uit de grond. Een uit de hand gelopen situatie waarbij iedereen hier neerstrijkt, ook mensen uit het buitenland, en zomaar een tehuis opzetten", vertelt Raoul Dankoor van Bureau Rechten voor het Kind. Het grote aantal tehuizen maakt het 'makkelijk' je kind af te staan. Dankoor legt uit: "Wanneer ouders niet fully verantwoordelijkheid nemen en kinderen blijven dumpen, blijven er nieuwe kindertehuizen bijkomen." Hooten, directeur van het kindertehuis Emmaus, waar Roy, Roel en Levi worden opgevangen beaamt dit: "Sommige ouders willen hun kinderen gewoon weg doen. En gaan dan zelf naar het binnenland. Ze zien die kinderen gewoon als last." Op dit moment is er in Suriname nauwelijks wetgeving rondom kinderopvang. De wet Kinderopvang, die binnenkort van kracht wordt, kan bijdragen aan een betere regulering en samenwerking tussen tehuizen. Ook kan de wet voorkomen dat iedereen zomaar een tehuis kan starten en dat de mensen die het doen, zich aan bepaalde richtlijnen houden. Volgens Dankoor zal er bovendien een controledienst worden opgezet die nagaat of de tehuizen zich aan de nieuwe regels houden. Ook wordt er tegelijkertijd een crisisopvang gestart, voor het geval een tehuis gesloten moet worden.

De erfenis van de binnenlandse oorlog

Volgens Lynda Lemain, maatschappelijk werkster bij Opa Doeli (jeugd- en zedenpolitie) en directeur van haar eigen opvang aan huis, ligt de oorzaak van de vele kindertehuizen in de erfenis van de binnenlandse oorlog. Uit ervaring weet zij dat de meeste kinderen in kindertehuizen boslandcreolen zijn. "Velen zijn naar de stad gekomen en leven in erbarmelijke omstandigheden. Ze moeten zien te overleven. Het is ieder voor zich." Bij andere etnische groepen is dat heel anders. Als voorbeeld noemt ze de Chinezen. "Zij hebben hun eigen organisaties, vangen alles zelf op." Lemain vertelt hoe de kinderen bij Opa Doeli gedropt worden. "De moeders zijn doodmoe. Ze hebben zoveel baantjes. Overdag is ze straatveger of huishoudster, 's nachts is ze nachtwaker. Ze komen bij me en zeggen: 'Ik kan niet meer hoor, ik ben moe, kijkt u maar wat u ermee doet.' Ze kunnen die kinderen gewoon niet meer aan." Maar soms doen ouders niet eens de moeite om ander onderdak voor hun kinderen te vinden. Onlangs werd Lemain gebeld omtrent een crisissituatie op Hannah's Lust. De kinderen uit een gezin met zes kinderen zouden voor overlast zorgen. Ze hingen rond in de buurt, waren aan het bedelen en stelen en gingen niet naar school. De moeder bleek al drie weken niet thuis te zijn geweest: zonder iemand te waarschuwen was ze naar het binnenland van Frans-Guyana vertrokken. Plotseling was de oudste zoon, een jongen van vijftien, kostwinner. Ook Charlotte Dakriet, directrice van kindertehuis NosCasita, spreekt over de slechte omstandigheden waarin veel boslandcreolen in Paramaribo leven. "Kinderen die bij ons komen zijn vaak dakloos, of wonen bij familie in huis waar het al overvol is. Families hebben een goede woning nodig. Wanneer de ouders daarnaast begeleiding krijgen zal het veel minder vaak voorkomen dat kinderen naar een tehuis worden gebracht."

Regulering

Directeuren van kindertehuizen geven allemaal aan, dat naast regulering, de overheid eerder moet ingrijpen. Sociale woningbouw, maatschappelijk werkers die probleemgezinnen bijstaan en de rol van wijkorganisaties en scholen die vroeg kunnen signaleren worden als mogelijke oplossing om misstanden tegen te gaan genoemd. 'Lastpakken' als Roy, Roel en Levi hadden dan misschien thuis kunnen blijven wonen. Lemain: "De overheid moet echt een andere weg inslaan. Die gezinnen hebben begeleiding nodig. Door hun wanhopige situatie zijn de ouders snel beïnvloedbaar en nemen ze geen verantwoordelijkheid." Een andere belangrijke oplossing om te voorkomen dat kinderen in een tehuis eindigen is het luisteren naar je belangrijkste doelgroep: de kinderen zelf. In Huize Tamara is er veel aandacht voor het kind. "Bij ons hebben kinderen bepaalde rechten, en dat weten ze", vertelt directrice MaikeRockx. "We houden ook elke week een kindervergadering. Iedereen mag zijn of haar mening geven. Dat doen we om ze weerbaar te maken." Wanneer kinderen hun mening durven te geven komen misstanden eerder aan het licht. Maar het kan ook voorkomen dat kinderen van de een op de andere dag in een tehuis worden geplaatst. Want kinderen kunnen heel goed zelf oplossingen aandragen. Zoals de jonge Sergio, die toen hij nog maar twaalf jaar oud was, werd opgepakt voor diefstal. Sergio woonde bij zijn vader, oom en grootvader. Moeder was al jaren buiten beeld. Zodra hij in de cel zat keken zijn familieleden niet meer naar hem om. Eigenlijk was er maar een mogelijkheid: een kindertehuis. Maar omdat er naar Sergio geluisterd is, kwam zijn grootste wens uit: hij wilde zo graag weer contact met zijn moeder. Lemainwist in haar functie als maatschappelijk werker, moeder op te sporen, waardoor de twee herenigd konden worden. Dat moeder kort na de hereniging stierf zorgde er uiteindelijk voor dat Sergio toch opgevangen moest worden, maar wel geheel naar zijn eigen keuze: bij Lemain.

Maximaal aantal

Rockx wordt boos als ze over de overvolle kindertehuizen, zoals NosCasita hoort. "De meesten doen het uit sociale bewogenheid, petje af daarvoor, maar het groeit ze boven de pet. Ze beginnen met vijftig kinderen en denken, dan kan honderd ook wel." Rockx legt uit dat er zo tal van problemen ontstaan. Er is te weinig personeel om de kinderen te begeleiden, te weinig ruimte en te weinig eten. Met alle gevolgen van dien. Huize Tamara houdt zich strikt aan het maximale aantal waarvoor plek is: 25 kinderen.Hooten is het met Rockx eens. "Wij hebben niet eens genoeg personeel voor deze dertien jongens, laat staan voor meer." Maar mevrouw Dakriet van NosCasita vindt dat ze machteloos staat. "Jeugdzaken belt me vaak of ik plek heb. Keer op keer zeg ik dat ik vol zit. Maar ze dringen aan omdat geen van de andere tehuizen een kind wil opnemen. Wat moet ik dan? Zo'n kind op straat laten staan?" Rockxvindt bovendien dat regulering ertoe moet leiden dat de kindertehuizen beter in kaart worden gebracht, zodat men weet welke tehuizen waarin gespecialiseerd zijn, als ze dat al zijn. Zo is Huize Tamara een kindertehuis dat zich gespecialiseerd heeft in tijdelijke opvang van kinderen en Emmaus een kindertehuis voor de tijdelijke opvang van jongens met gedragsproblemen tussen de vijf en vijftien jaar. Rockx: "Wij vangen kinderen in een crisissituatie op, met als grootste doel ze terug te plaatsen in het gezin", legt ze uit. Volgens haar zijn er te weinig tehuizen die zich op die manier specialiseren, en er daarbij voor zorgen dat het juiste personeel aanwezig is. "Je moet gekwalificeerde, opgeleide mensen hebben die weten hoe ze met bepaald gedrag om moeten gaan." Een overzicht is ook belangrijk voor de vele buitenlanders, met name Nederlanders, die in Suriname een tehuis komen starten. "Hopelijk gaan ze in de toekomst eerst onderzoek doen, voordat ze naar Suriname komen. Zodat ze besluiten om hun geld bijvoorbeeld te investeren in al bestaande tehuizen, zodat de kwaliteit van zorg kan worden verbeterd", zegt Rockx.

Toekomst

In kindertehuis Emmaus rent de achtjarige Remimet een dweil voorbij. Als hij vlakbij de wasbak is maakt hij drie pirouettes, dan hinkelt hij verder naar de kraan. Hij heeft corvee en moet naast de vloer dweilen ook helpen met de tafel dekken. De jongen lijkt helemaal in zijn eigen wereld te zijn. In tegenstelling tot de stille Remi praat Kevin honderduit. Hij wil later profvoetballer worden en is nu al de beste voetballer van Emmaus. Alle verhalen die hij vertelt zijn in de overtreffende trap, en in het uurtje dat hij zijn monoloog houdt, vertelt hij niets wat ook maar in de buurt van de waarheid komt. Ook Roy, Roel en Levi zijn kleine druktemakers. Het is duidelijk dat de jongens geen makkelijke jeugd hebben en dat ze ondersteuning nodig hebben. Hooten doet er alles aan om het contact tussen ouders en jongens goed te houden. "Er wordt gewerkt aan terugplaatsing. Daarom gaan de kinderen elk laatste weekend van de maand naar huis." Maar Hooten geeft toe dat de resultaten door het gebrek aan begeleiding van zowel jongens als ouders vaak achterblijven. "Als we hier vertellen dat ze niet alleen naar de winkel mogen, en ze dat vervolgens thuis wel mogen, dan schiet je niks op. De jongens vervallen dan weer in hetzelfde patroon." Roy heeft zin het weekend bij zijn familie: "Ik wacht op het eind van de maand. Dan mag ik naar huis", mijmert hij. Maar voorlopig moet hij het doen met zijn 'broers' in het tehuis. Gelukkig hebben de drie jongens mooie toekomstdromen. Roel weet het heel zeker: "Ik wil gymleraar worden. Ik doe op school nu echt m'n best daarvoor." Levi wil zanger worden. Hij begint spontaan te rappen, om te demonstreren wat hij al kan. En Roy? Roy heeft een andere wens: "Ik wil een huis, helemaal voor mezelf. Met internet." Zijn ogen beginnen te stralen.
Commentaar (2)Add Comment
0
...
geschreven door Timothy Brian, juni 12, 2012
Kijk liever in je eigen keuken dan in buurman zijn keuken,ga na hoeveel kinderhuizen in NL zijn, verbeter de wereld begin bij je zelf, met al die misbruiken van kinderen en gehandicapte kinderen, zelf opvangcentrums zijn niet veilig. Dus wees geen hypocriet!!
0
...
geschreven door Rista Gerard, april 18, 2013
Bibi van der Sprong hoeveel heb je met dit stuk bereikt, kinderhuizen in het kwaad daglicht plaatsen.Wat was jou bijdrage voor de kinderhuizen in Suriname? Inderdaad zoals Brian het aangeeft wil ik niet verder gaan indiepen, een hypocriet blijft een hypocriet.
Ten minste zijn er nog mensen die om deze kinderen ontfermen. Wil je geen stuk schrijven over hoe hollanders met allerlei fondsen beginnen om in 3e werledlanden/ontwikkelingslanden zogenaamd mensen/armen te helpen en nog gelden voor hun eigen gebruiken en weer als de grootste hypocriet doen.
Je bent in elk geval een antropoloog die nog veel in het leven moet leren en niet oppervlakkig doen. Bestudeer je weleens de situatie in je eigen land??

Schrijf commentaar
kleiner | groter

busy
bibi

standplaats

welkom

De afgelopen maanden schreef ik vanuit Paramaribo reportages en artikelen. Nu ben ik weer in NL en werk ik als freelancer. Steekwoorden: ondernemer, journalistiek, webredactie, cultuur, onderzoek, festivals, muziek, multicultureel, wijkenaanpak, reportages.
Volg mij ook via: